Deel VII

De vrouw

De trein denderde door het landschap. Mijn medepassagiers observeren was een enerverende bezigheid. Wat had ik graag aan het raam gezeten. Naar buiten kijken zonder dat ik hen hoefde te zien. Nu moest mijn blik langs de ‘moordenaar’, langs de mooie benen en pas dan naar buiten. De andere weg was ook lastig. Eerst de ‘knoest’, dan de slapende vrouw en uiteindelijk de ‘neus’.
Maar dat was altijd nog veiliger dan de eerste route. Dus gleden mijn ogen over de ‘knoest’, die mij nog steeds aankeek. Blijk¬baar was ik of zeer interessant, of had hij een stijve nek.
Maar nee, dat was het natuurlijk: ook hij wilde niet naar mijn directe buurman kijken. Hij had vanzelfsprekend eenzelfde ervaring. ‘Knoest’ mocht ongehinderd kijken, ik zou hem niet storen.
De jonge vrouw, in zwart leer en jeans, had ook een zilveren ank tussen haar fabuleuze borsten hangen. De eerste ronde had ik hem gemist. Natuurlijk waren mijn ogen op dat moment beïnvloed door mijn libido. Die had zich inmiddels verscholen in mijn onderbuik en niet meer van zich laten voelen. De vrouw sliep nog steeds.

Ik kwam bij de ‘neus’.
Verdomd als het niet waar was. De mijn waarin gewroet werd leek onuitputtelijk. Vinger en neus vormde weer de obsederende combinatie. Maar, ik herinnerde mij de lege poppenogen en floep, mijn ogen richten zich op buiten. Knap vermoeiend zo’n omweg en obstakels genoeg. Maar ja, het loont de moeite, vooral als je het helle¬vuur van de wraak wilt ontwijken.
Libido kroop uit zijn schuilplaats en dwong mijn ogen naar de hoek waar de vrouw zat.
Haar benen alléén konden mijn libido niet meer tevreden stellen en zo richtte mijn blik zich op de hogere regionen.

Maar nog voordat zij daar aankwamen, rees zij als het ware omhoog. Verdorie, ze stond op, pakte haar tas en die prachtige benen zochten zich een weg tussen die van haar mede-coupégenoten.
Ze schoof langs mij heen en ik hoorde de zijde kousen over elkaar schuiven. Tantaliserend!
Nu ving mijn neus de geur op, die ik na mijn entree in de coupé, geroken had. Parfum, nee een eaux de toilette. Zacht tintelend, fris met een zwoele vleug van sandelhout die bleef hangen. Ik moest de geur vertalen om kennis met haar te kunnen maken. Ze wekte je zacht, vulde je vol vreugde en romantiek en be¬lastte je daarna met een vleselijk, wellustig verlangen. Een verlangen naar haar.
Slechts door op de uitdaging in te gaan, kon je te weten komen of je verlangen moest blijven smachten, of dat je gelaafd kon worden aan de bron van het genot.
Mijn linkerhand pakte, zonder een duidelijke order van mijn hersens, de hendel van de coupédeur en opende die in een rustig gebaar. Ze keek niet naar mij, maar een zacht gefluisterd “Danke” bereikte mijn gespitste oren.

Onbehoorlijk!

Ja, onbehoorlijk staarde ik haar na. Ik bleef staren toen zij, ongeveer drie elegante stappen verder – hoeveel heeft een vrouw nodig om een man haar élégance te laten zien – bleef staan. Ze opende haar tas.
Roken!
Alsof ik een brandweerman was die brandalarm hoorde, zo snel was ik opgestaan. Overhaast, bijna struikelend stapte ik door de nog openstaande coupédeur, direct op haar af. Ongeduldig zocht mijn rechterhand in mijn jaszak naar mijn aansteker. Een sigaret stak tussen haar vuurrode, sensueel gevormde lippen en mijn hart klopte in mijn keel. Ze stond een beetje gebogen en had mij niet aan zien komen, omdat zij in haar tas naar haar aansteker zocht.

‘Snel verdomme. Pak dat zware, gouden klote ding en geef haar vuur oetlul!’ Mijn libido vuurde mij aan. Ik vond de Dupont en mijn klamme hand bracht die op maaghoogte.
“Darf ich”, zei mijn mond die grote last had van, door spanning, droge lippen. Zij richtte zich op, keek mij aan en ik smolt.
Mijn libido juichte: ‘Zelden vindt je ze zo mooi, elegant en misschien wel willig.’ Ze zei niets, maar knikte bijna onmerkbaar met haar mooie hoofd. De aansteker deed het gelukkig in één keer en produceerde een fatsoenlijke vlam. Ze boog zich iets naar mij toe en ik rook haar weer. Zo uitnodigend, frivool en…ja wat en. Zelfs als het ja was, wáár dan?
Ik sloeg op hol, adrenaline pompte door mijn bloedbanen tot ik er bijna gek van werd. Haar sigaret was aangestoken en zij stond weer rechtop.
Haar lichaam steunend op een van die prachtige, als door Cellini kunstig gebeeldhouwde benen. Het andere nonchalant er tegen aan, maar dan gebogen en steunend op de punt van haar schoen.

O, die prachtige heupen, gevat in een strakke beige rok. Mijn ogen kwamen tijd te kort en om aan het staren een einde te maken, trok ik mijn blik weg en keek haar recht aan. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, troffen onze ogen elkaar. Iriserende impulsen schoten door de lucht en troffen mij n hart. De violette kleur van haar ogen was door een meester kleurmenger gemaakt. Ze waren buitengewoon en hun kleur werd gebroken en versterkt door gouden stipjes. Twee warme edelste¬nen schoot het door mij heen. Prachtig.
Het “Danke” hoorde ik wel, maar betoverd als ik was reageerde ik daar niet op. Het leek er niet op dat ze mijn snel oplopende hartstochtmeter zag. Ze liet zich er in ieder geval niet door beïnvloeden en draai¬de zich vol naar het raam. In deze stand kon ik haar en-profiel bekijken. Bewonderen kan ik beter zeggen. De strakke buik en maag overgaand in twee stevige borsten, die in een strak donker-beige truitje gevangen zaten. Natuurlijk zag ik er maar een, en profiel, maar ik wist dat er nog een tweede moest zijn.

En dan die hals en nek, bedekt met kort, zacht krullend, blond haar. Dat ging, langs een paar mooi gevormde oren, over in een grote hoeveelheid zijdeachtig, hoogblond haar dat weerspannig in een wrong gevangen zat. Haar hoge voorhoofd werd geaccentueerd door de naar achter gestoken haren.
Mijn ogen volgden de sierlijke lijn van haar wenkbrauw, naar de brug van haar elegante neus, om te eindigen bij haar mond.
Ze had net een trek van haar sigaret genomen en rook kringelde, daar, waar ik wilde kringelen. Verlokkend – had ik dat al gezegd? – sensueel, een tikje wulps, stond zij daar gewoon zich zelf te zijn: de ultieme droomvrouw.
Mijn libido bewoog zich onrustig in de buurt van mijn onderbuik. Daar vandaan was geen hulp te verwachten, alleen maar naakte gretigheid.
Ten einde raad en om toch iets gezamenlijks te hebben, pakte ik een sigaret uit mijn pakje en stak hem aan. Ze keek niet op, maar leek geboeid door het voorbijschietende landschap, dat baadde in de stralen van een langzaam in het westen zinkende zon. Daar reden we naar toe, naar Nederland.

Daar eindigde de reis en mijn onverwacht omhoog komende droombeelden.
Bedacht door mijn onderbuik en geregisseerd door mijn hersens fantaseerde ik er, naar buiten kijkend, lustig op los.
Uit mijn ooghoek zag ik haar nog steeds staan. Ze leunde nu licht tegen het raam aan en, O God, wat had ik er op dat moment voor over gehad om, even maar, dat stukje glas te zijn. De warmte die zij door haar strakke truitje uitstraalde en die zinloos het glas verwarmde, die kwam mij toch toe!
Ik trok wellustig aan mijn sigaret. Als ik haar dan niet durfde aan-spreken, dan moest ik maar genoegen nemen met mijn langzamerhand steeds meer verwrongen fantasieën.
Kunt u zich voorstellen om de vloer te zijn, daar waar zij staat? Deze smerige gedachte impliceert meer dan alleen het idee dat iedereen met zijn vieze zolen over je heen loopt. Ja, want het zicht dat je als vloer uit die nederige positie kon hebben. De inkijk en het weten wat zij onder die strakke rok verborg.

Kennelijk had zij er genoeg van om naar buiten te kijken en bewoog zich weer. Ze ging met die tantaliserende gang, verder bij mij vandaan, door het gangpad en een hoek om. Wat bleef hangen was een fluïdum van haar schoonheid en fascinerende aantrekkingskracht.
Maar zoals dat altijd gaat, de geest wordt weer helder, libido houdt zich afwachtend koest en ik verachtte mijzelf om mijn minne, maar aardse fantasieën. Ik nam nog een laatste trek en zocht naar een asbak. Bij het gebrek daarvan, trapte ik mijn peuk uit op de vieze vloer en moest, met een glimlach, toegeven dat die positie mij toch niet zo zou liggen.
Ik wilde mij net omdraaien om weer in de coupé plaats te nemen, toen ik haar om de bocht zag zweven?, schrijden?, glijden dat leek er het meeste op. Haar heupen wiegden licht toen ze op mij, maar meer waarschijnlijk, de coupé afging.

Aan de grond genageld gaapte ik haar, niet gehinderd door enige gêne, aan.
Een zweempje van een glimlach lag rond haar lippen, terwijl ze langzaam, maar beslist naderbij kwam. Ik stond nog steeds stil en blokkeerde het gangpad volledig. Ze stopte en stond op 30 centimeter van mijn verstijfde, maar broeierige lichaam. Ze wachtte niet tot ik opzij zou gaan, maar de vluchtige glimlach werd een lach, waarbij haar regelmatig gevormde tanden zichtbaar werden. Haar tong streek langs haar rode lippen, zo dichtbij.
En ik deed niets.

Haar violette ogen namen de lach over en begonnen te stralen terwijl ze mij aandachtig opnamen. Het geheel duurde misschien 10 seconden, maar in mijn verrukte geest minstens vijf minuten.
“Darf ich?” zeiden haar lippen waar ik op dat moment aan hing. En ik, ik kon slechts houterig knikken en met uiterste wils¬inspanning mijn lichaam verplaatsen, zodat zij kon passeren.
Ze maakte zich smal en gleed langs mij. De duvel in mij, of was het toch libido, zorgde ervoor dat ik meer van het gangpad gebruikte dan strikt noodzakelijk was. Daardoor raakten wij elkaar. Ze bleef mij strak met haar ogen, waar nu de wulpsheid in doorbrak, aankijken. Haar mond schoof op enkele centimeters langs en tegelijk voelde ik de warmte van haar vlees in mij trekken.
Haar borsten streken heel licht – het gebeurde toch – over mijn borst. Maar mijn handen hingen, als tien opgestopte worsten, langs mijn lichaam en bewogen niet.

Verblindend was ze of verslindend, het kon mij niets meer schelen en terwijl mijn geest om actie smeekte en er eindelijk leven in mij kwam, opgewekt door haar warme uitstraling, was ze voorbij en verdween in de coupé.
Nu duurde het wat langer dan een sigaretlengte voordat ik weer bij zinnen was gekomen. Na tien minuten was ik eindelijk zover, had mij weer onder controle en ging dus op mijn plaats in de coupé zitten.
De trein denderde voort en ik wist dat ik afleiding nodig had. Die kwam uit onverwachte hoek.

Nr 36 P1330822