Deel IV

 

De coupé

Het kon niet meer mis gaan. De trein naar Rotterdam, dus ook naar Oetrecht, rolde het station van Duisburg binnen. Piepend kwam hij langs het perron tot stilstand en zo gauw de uitstappers uitgestapt waren, stapte ik in en zocht een zitplaats. Eindelijk, met een omweg, dan toch op weg naar huis.

Ik liep door de trein. Het was een ouderwets type met allemaal afzonderlijke coupés. U kent dat wel? Per wagon moet je eerst door een schuifdeur, de toegang naar het treinstel. Helaas gaat dat niet gemakkelijk. Alsof ze het er om doen lijken al die toegangsdeuren te klemmen. Ik zette beheerst mijn niet geringe krachten in en dan blijkt dat de deur niet werkelijk klemt.  Bij het met kracht openen schiet de deur, met een hoop herrie, door zijn glijders en eindigt zijn gang met een rot klap op zijn stuit.

De eerste vijf coupés waren over­vol. Een volgende was bezet door slechts vier personen. Ik wilde net de hendel pakken om de deur open te schuiven, toen in de coupé twee kinderen zich op elkaar wierpen en brullend over de bank rolden. Daarom waren de twee zitplaatsen nog vrij. Niemand, ook ik niet, riskeerde het om gehoorgestoord te worden. Of erger nog, een been, arm of vinger in zijn oog te krijgen. De vader en moeder van het vechtende, schreeuwende stel zaten rustig bij het raam met hun neuzen in een boek. Verbaasd dat ze helemaal niet op het geschreeuw reageerden, keek ik nog eens goed door de ruit. Och, als het niet waar was, ze hadden beiden moderne oorproppen in. Hun MP-3 spelers beschermden hen tegen het externe, oorverdovende kinderlawaai.

De volgende coupé was vol en nog een en nog een. Ik begon te wanhopen, tot ik bij de laatste coupé aangekomen naar binnen keek en slechts vijf bezette plaatsen zag. De enige vrije plaats was direct na het binnenkomen rechts.

‘Achteruit rijden’, realiseerde ik mij.

Er zijn mensen die daar in het geheel niet tegen kunnen en liever blijven staan. Maar mijn jeugdige ik bracht herinneringen uit een ver verleden naar boven. Ik had nooit last had gehad van dit soort achteruit verplaatsingen. Toch ken ik iemand die, alleen al bij het idee dat hij zo’n driehonderd kilometer achteruit zou moeten rijden, zou kotsen tot hij zijn maag met gal en al uitgespuugd zouden hebben.

Ik opende de deur en stapte de coupe in, waar een betrekkelijke rust heerste. Toch registreerden mijn zintuigen een onbestemde sfeer. Voorlopig liet ik die gevoelens voor wat ze waren en installeerde mij voor de reis. Ik legde mijn koffertje in het bagagerek en ging zitten onder het mompelen van zoiets als ‘Goetentag’.

Niemand scheen geïnteresseerd te zijn in het feit dat ik het een goede dag vond. Geen van de coupébewoners reageerde op mijn vriendelijkheid. Sterker nog, niets wees er op dat ook maar één van hen opmerkte dat een nieuwkomer de verschaalde lucht die in de coupe hing, zou gaan delen.

Nu kan ik mij de non-reactie van ach­teruit­rijders wel voor­stel­len. Zij riskeren immers, opzij kijkend, een stijve nek om de nieuwe passagier te bekijken.

De vooruit­rijders echter, konden mij, zonder hun nek te verrekken bekij­ken en eventueel reageren, iets zeggen. Maar geen van drieën gaf enige reactie. Ik zuchtte maar eens en leunde achterover en schikte me in mijn stille lot. Het zou al bij al niet zo lang duren, een paar uur, voordat ik weer in Neder­land zou zijn. Ik besloot er het beste van te maken. Mijn zenuwen, gespannen als snaren van een goed gestemde piano, ­kregen het sein om te ontspannen en ik merkte hoeveel energie de ervaring van het afgelopen anderhalf uur had gekost.

Ik was moe en soezerig.

Maar slapend achteruit rijden, daar kan ook ik niet tegen. Een lichte misselijkheid dreigt zich dan van mij meester te maken. Aangezien kotszakjes in de trein geen usance zijn, be­sloot ik hoe dan ook wakker te blijven.

Er zijn vele manieren om wakker te blijven en een daarvan is  lezen. Maar aan achteruitrijden, ik moet het toegeven, kleeft voor sommige mensen, meer dan één handicap. Een alternatief is naar buiten kijken. Het landschap dichtbij flitst langs. Dat wat verder weg ligt beweegt zich voort als een slak. Deze combinatie geeft een stroboscopisch effect en is, samen met achteruitrijden, vieze ruiten en een wat muf ruikende coupe, even desastreus als lezen.

Bleef over: observeren. Mensen kijken in een kleine ruimte.

Dit vraagt enige ervaring, wil je niet binnen de kortste keren ruzie of een klap voor je kop krijgen. Maar in de loop van de jaren heb ik op vergaderingen, recepties, terrasjes en dat soort gelegenheden, genoeg tijd gekregen om ervaring op te doen. Dat zou hier dus ook wel moeten lukken.

Voordat ik verder ga lijkt het mij aardig dat u eerst weet hoe ik mensen observeer. Ik begin in de ruimte. Dat wil zeggen, ik bekijk eerst de omgeving waarin de mensen zich bevinden. Dan pas, als ik die goed in mij opgenomen heb en de sfeer als het ware geproefd, observeer ik de mensen. Ik doe dit op deze manier, om hun reacties juist te kunnen interpreteren. Ik beleef de omgeving en onderzoek de mogelijke invloeden ervan op mensen, want ieder mens reageert anders op zijn directe omgeving. De verschei­denheid van onze omgeving, roept uiteenlopende gevoelens op waarop wij mensen reageren met verschillende uiterlijkheden. Onze reacties worden beïnvloed door omstandigheden van buitenaf én door onze karakters en reflexen van binnenuit.

Simpel gezegd, wij gedragen ons anders bij dag dan bij nacht.

Mijn blik gleed door de coupé zonder de mensen daarin te raken of zelfs maar te beroeren. Ook dit vergt enige oefening, want ik ben nieuwsgierig en laat mij snel afleiden door beweging. Weet u dat mensen altijd schijnen te bewegen, zelfs in hun slaap?

Ik zat op een versleten soort stof dat op rode pluche leek. Het hield boven mijn hoofd op en ging over in strak geplastificeerd houtkleurig, onbestemd materiaal. Daarboven waren metalen bagagerekken, aan iedere kant één. Daarin lag een verscheidenheid aan bagagestukken redelijk netjes naast en op elkaar.

Tegenover mij twee oude koffers, met daarbovenop keurig opgevouwen een oude regenjas. Twee veel gebruikte rugzakken van een vlekkerig, niet te beschrijven groene kleur. Boven mij, werd mijn attachékoffertje vastgepind tussen de wand en een kleine moderne, grijs kleurige koffer die naadloos aansloot op een grote groene. Een rood handvat boven het raam, de noodrem, was geprononceerd aanwezig. Het raam zelf kon gelukkig niet open. Je krijgt er met zoveel verschil­lende zielen altijd ruzie over. De een vindt dat het tocht, de ander wil frisse lucht en weer een ander heeft last van het lawaai. En als dat niet genoeg tegenstellingen zijn, weet u er vast nog wel een paar te bedenken. Nee, hier was het meteen goed geregeld, de knop ontbrak. Ik was er tevreden mee, hoewel de muffe, ver­schaalde lucht uit de centrale aanvoer niet echt lekker rook..

Het was een niet-rokencoupé en alhoe­wel ik een stevige roker ben, prees ik mij gelukkig. Als ik echt niet zonder kon, dan was er op de gang altijd nog gelegenheid er een op te steken.

Ook in deze coupé was het raam vies. Ik kon niet waarnemen of dat voor beide zijden van de ruit het geval was. Gelukkig kon ik met enige moeite naar buiten kijken. Vies was ook het afval­bakje dat, tussen de twee zitplaatsen aan het raam, onder het raam was gemonteerd. Die dingen zijn natuurlijk altijd te klein en mensen produceren te veel afval. In de trein proppen wij dat dan in zo’n kleine afvalbak waar het soms meteen, soms wat later uit valt.

De algemene indruk van de coupé was shabby, niet retro of zelfs oud, maar semi-modern en vies. De verwar­ming zorgde voor warmte, maar maakte de in te ademen lucht er niet beter op.

Ik snoof eens voorzichtig en nog eens. Iemand had zich niet gewassen, of had last van het soort zweet dat je kunt missen als kiespijn. Ik doel op de slachtoffers die gedwongen worden om die geur in te ademen en er door worden belaagd. De producent of drager van zoiets onsmakelijks heeft meest­al geen idee welke invloed hij of zij op zijn of haar omgeving heeft. Nog eens snuiven leek mij niet verstandig en hoewel ik een andere, verdachte geur niet kon thuisbrengen, liet ik het er maar bij. Soms kun je ook teveel thuis brengen en dat is gewoon niet verstandig.

De trein zette zich met horten en stoten in beweging. Voordat ik mijn medepassagiers wilde bekijken, zou ik eerst moeten wennen aan het achteruit rijden. Ontspannen, nee niet lezen, maar gewoon wennen aan het ritme. Daar nam ik rustig de tijd voor en sloot even mijn ogen.

Zon